Landschap en (cultuur) historie


Rond 1840 vormde de regio rondom het Geleenbeekdal een afwisselend landschap van kleine dorpen in beekdalen met kleinschalig gebruikte hooilanden en boomgaarden. Akkers namen de hogere delen van het landschap in en werden afgewisseld met heischraal- en kalkgraslanden. Bos was beperkt tot enkele steile hellingen, zoals het Imstenraderbos, maar kwam verder nauwelijks voor. Sinds 1943 zijn gedeelten bebost, waarschijnlijk om de omgeving van geriefhout te voorzien. De door kwel gevoede vochtige hooilanden, het hellingveen en open gedeelten zijn ontstaan door beweiding en hooien.

Kanalisering

Vanaf het eind van de 19e eeuw kwam de mijnbouw sterk in opkomst en groeide Heerlen. Het stroomgebied van de Geleenbeek werd vrijwel geheel ingericht voor de verwerking van afvalwater van de mijnen, industrie en huishoudens in de Oostelijke Mijnstreek. Hiervoor werd de beek van de bovenloop tot monding volledig gekanaliseerd. Zowel de oevers als het stroombed bestonden uit een betonnen bekisting. Hoewel het grootste deel van de beek in de jaren ’30 van de vorige eeuw gekanaliseerd is, werd er tot in de jaren ’80 van de vorige eeuw aan de beek vergraven. Ook is in die tijd het landschap rondom de Geleenbeek veranderd. De landbouw in het omliggende gebied is met de komst van kunstmest geïntensiveerd. Natte percelen, die als hooiland in gebruik waren, werden drooggelegd en in gebruik genomen als weidegrond.

In 1988 is de Geleenbeek ter hoogte van de Kathagerbeemden gekanaliseerd. Het doel van deze kanalisatie was capaciteitsvergroting. Dit was noodzakelijk om overstromingen met het vervuilde beekwater, als gevolg van lozing van riooloverstorten van de gemeente Heerlen, te vermijden. Hiervoor zijn de oevers en dijken verhoogd en verstevigd, de bronbeekjes op de westoever verbonden met de Geleenbeek (middels pijpjes met terugslagkleppen) en wisselende taludbelopen aangebracht.

In 2004 zijn de eerste delen van de Geleenbeek in Schinnen opnieuw ingericht als natuurlijke meanderende beek omkaderd door een groene, natuurlijke omgeving. Deze ontwikkeling is uitgevoerd door Landschapspark De Graven en zij hebben naderhand het initiatief genomen voor het ontwikkelen van de integrale visie Corio-Glana voor het Geleenbeekdal van Heerlen (Corio) tot Geleen (Glana). In deze visie zijn zes voor het gebied karakteristieke landschappen beschreven. Het zevende landschap is later toegevoegd toen ook de Geleenbeek in de gemeente Sittard-Geleen toegevoegd werd aan de ontwikkeling.

1 beek door 7 landschappen

De ontwikkelingsvisie Corio-Glana geeft een kijk op de gewenste ontwikkeling van het ‘brede beekdal’ van de Geleenbeek. Onder het brede beekdal wordt verstaan het landschap van de laag gelegen oevergronden van de beek (‘smalle beekdal’) én de omliggende glooiende hellingen. De continuïteit van het smalle en brede beekdal zorgt voor een doorgaande blauwgroene verbinding van de bron in Benzenrade tot aan de Middenweg in Sittard. Over dit traject stroomt de Geleenbeek echter door zeven verschillende landschapstypen, die onderling verschillen op basis van schaal en maat, gebruik, geomorfologie of waterhuishouding.

De nummers op de kaart hieronder corresponderen met de links in de rechterkolom op deze pagina.

Kaartje Geleenbeekdal