Integrale aanpak


Het zes-lagen-model

De ontwikkeling van de Geleenbeek is gebeurt aan de hand van een zogeheten zes-lagen-model. Hiermee kunnen alle ontwikkelmogelijkheden en waardevolle aspecten van de beken en hun dalen worden benut. Beken zijn immers niet alleen van belang om het overtollige hemelwater af te voeren. Stromend water in het landschap heeft ook een natuurlijke aantrekkingskracht en biedt een scala aan economische mogelijkheden.

De zes lagen zijn:

1. Water

2. Oevers, natuur en landschap

3. Recreatieve routes en verbindingen

4. Economie

5. Cultuur en educatie

6. Beleving

Uitgangspunt is dat de meandering van de beken tot een natuurlijke, ongedwongen loop van het water (laag 1) leidt. Erosie in de vorm van het afkalven van de oevers mag tot op zekere hoogte. Dat leidt automatisch tot een verruwing van die oevers (laag 2) en daarmee van de vegetatie. Hierdoor ontstaat een natuurlijke verrijking van flora en fauna. Het water en de oevers oefenen aantrekkingskracht op de mens uit, die in toenemende mate behoefte heeft aan mogelijkheden tot recreatie (laag 3). Deze wordt mogelijk gemaakt door langs de beken wandel-, fiets- en ruiterpaden aan te leggen. De oevers moeten worden onderhouden, werk dat aan boeren in het gebied wordt 'uitbesteed'. Zij krijgen hiervoor betaald, waarmee ze hun bestaansmogelijkheden verbreden.

Tevens kunnen zij de 'homo recreandus' ofwel de recreërende mens op hun erf langs de beek versnaperingen en streekproducten aanbieden. Dat geldt eens te meer voor de cafés, restaurants, pensions en hotels die in de nabijheid van de beken aanwezig zijn, dan wel worden gevestigd.

Het werk aan de beken, de natuur en het realiseren van recreatieve en horeca-voorzieningen levert voor bedrijven omzet en dus werkgelegenheid op. Op die manier leiden de beken tot een economische 'spin off' (laag 4). Maar ook op het immateriële vlak leveren de beekdalenprojecten winst op. Zo wordt er nadrukkelijk naar gestreefd om de natuur en de historische context van en langs de beken te 'ontsluiten'. Daarmee kunnen informatie- en scholingsprogramma's voor de jeugd en volwassenen worden opgezet (laag 5). Het water, de natuur en de culturele context leiden tot een beleving van de beek als een samenhangend geheel (laag 6) In zijn totaliteit leidt dit tot een andere leefomgeving.